Home › Kennisbank › DISC naast andere modellen: een analysearchitectuur
Kennisbank · DISC: de basis · ±12 min lezen

Waarom vangt geen enkel model, ook DISC niet, de hele mens?

Gedrag, motivatie, persoonlijkheid, emotionele intelligentie en teamdynamiek zijn verschillende niveaus die elkaar beïnvloeden maar niet vervangen. DISC beantwoordt de vraag hoe iemand zich gedraagt, niet waarom en niet wie iemand ten diepste is. Begin daarom bij de vraag die je wilt beantwoorden, niet bij het populairste model, en combineer instrumenten waar dat de vraag beter dient.
Gedrag hoe je doet DISC / Situational DISC / HOW Index Drijfveren wat energie geeft WHY Index Persoonlijkheid stabiele trekken Factor 5 (Big Five) Zelf vs omgeving verschil in beeld 360-analyse Emotie & mobiliteit EQ en wendbaarheid EIQ / MMI
Verschillende vragen vragen om verschillende instrumenten.

Geen enkel model vangt de hele mens

De belangrijkste grondhouding is bescheidenheid: geen enkel model vangt de hele mens. Een mens is opgebouwd uit verschillende lagen en elke laag vraagt zijn eigen blik. Gedrag beschrijft hoe iemand handelt. Motivatie beschrijft wat energie en richting geeft. Persoonlijkheid beschrijft stabielere trekken. Emotionele intelligentie beschrijft het omgaan met gevoel. Mentale wendbaarheid beschrijft het bewegen onder druk. En daarnaast spelen relaties, teamdynamiek, cultuur, competentie en ervaring mee.

Deze lagen beinvloeden elkaar, maar ze zijn niet inwisselbaar. Wie gedrag verwart met persoonlijkheid, of motivatie afleidt uit gedrag, trekt al snel verkeerde conclusies. Het is daarom geen teken van twijfel aan DISC om het naast andere modellen te plaatsen, maar juist van professionaliteit. Een model wordt sterker, niet zwakker, wanneer je zijn grenzen kent. En de mens wordt eerlijker begrepen wanneer je accepteert dat geen enkele kaart het hele landschap toont.

Gedrag wat je doet en zegtDISC Persoonlijkheid je stabielere trekken Drijfveren wat je energie geeftWHY Bekwaamheid wat je kunt
Gedrag is een laag. DISC beschrijft die laag, niet de hele mens.

Welke vraag beantwoordt DISC?

Om DISC goed te kunnen plaatsen, helpt het te weten welke vraag het beantwoordt. DISC gaat vooral over gedrag: hoe iemand geneigd is te handelen, hoe hij communiceert, hoe hij initiatief neemt en hoe hij zich verhoudt tot tempo, mensen, stabiliteit en structuur. Daaruit volgt hoe gedrag de samenwerking, het leiderschap, conflicten, service of verkoop kan beinvloeden.

Dat zijn waardevolle vragen en DISC beantwoordt ze op een toegankelijke, herkenbare manier. Maar het zijn niet de enige vragen die er over mensen te stellen zijn. DISC zegt weinig over wat iemand diep motiveert, over zijn stabiele persoonlijkheidstrekken, over zijn emotionele vaardigheid of over zijn vermogen om met verandering om te gaan. Wie die vragen heeft, heeft een ander instrument nodig. Het kennen van de vraag die DISC beantwoordt, is daarmee ook het kennen van de vragen die het aan andere modellen moet overlaten.

C D S I Hoe Wat Waarom Voor wie structuurstabiliteit daadkrachtinvloed
De vier DISC-factoren en de vier vragen van gedrag.

Begin bij de vraag, niet bij het populairste model

Een professionele gebruiker begint niet met de vraag welk model het populairst is, maar met de vraag welke vraag beantwoord moet worden. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk gebeurt vaak het omgekeerde: er is een bekend model, dat wordt afgenomen en daarna wordt gezocht naar wat het kan betekenen. Dat is de verkeerde volgorde.

Begin je bij de vraag, dan kies je gericht. Wil je begrijpen hoe iemand zich gedraagt in samenwerking, dan past DISC. Wil je weten wat hem motiveert, dan past een drijfverenanalyse. Wil je stabiele trekken begrijpen, dan past een persoonlijkheidsmodel. Wil je weten hoe hij met druk omgaat, dan past een analyse van mentale wendbaarheid. De vraag bepaalt het model, het model levert een antwoord en het antwoord breng je in een gesprek tot ontwikkeling. Zo wordt analyse geen verzameling populaire rapporten, maar gericht gereedschap en blijft DISC binnen zijn sterkte in plaats van overvraagd te worden.

waterlijn Gedrag Drijfveren uit je waarden DISC: zichtbaar WHY Index: onzichtbaar
Gedrag is het zichtbare topje. Drijfveren liggen eronder, en komen voort uit je waarden.

DISC en de Big Five

Het meest onderzochte persoonlijkheidsmodel is het vijffactorenmodel, beter bekend als de Big Five, met de dimensies openheid, consciëntieusheid, extraversie, altruisme en emotionele stabiliteit. Het is in de academische psychologie het breedst onderbouwde kader voor persoonlijkheidstrekken, met decennia aan onderzoek erachter.

DISC en de Big Five overlappen, maar ze beantwoorden niet dezelfde vraag. De Big Five beschrijft stabiele persoonlijkheidstrekken op basis van onderzoek; DISC beschrijft gedrag op een toegankelijke, pedagogische manier. Er zijn herkenbare verbanden: I/geel gedrag raakt aan extraversie, S/groen aan altruisme en C/blauw aan consciëntieusheid. Maar DISC is geen meting van de Big Five en de Big Five is geen gedragstaal voor het dagelijks werk. Het verschil in doel is wezenlijk: de Big Five is sterk wanneer je stabiele trekken wetenschappelijk wilt onderbouwen, DISC is sterk wanneer je gedrag in de praktijk bespreekbaar wilt maken. Wie beide kent, gebruikt DISC niet alsof het een persoonlijkheidsmeting is en dat is precies de winst van de vergelijking.

Gedrag (DISC) verandert met de situatie Eigenschap (Big Five) blijft stabiel over tijd
DISC meet gedrag dat schakelt. Persoonlijkheidstests meten een stabiele trek.

DISC en de Jungiaanse typen

Een tweede bekend model is de typologie die teruggaat op het werk van Carl Jung over psychologische typen en die in populaire instrumenten als type-indelingen verschijnt. Jung beschreef onder meer de richting van energie, naar binnen of naar buiten en verschillende manieren van waarnemen en oordelen. Marston en Jung waren tijdgenoten en de Jungiaanse Lijn verbindt DISC met dat energiedenken.

Het belangrijkste verschil is dat zulke typologieen mensen vaak in vaste typen indelen, terwijl DISC, zeker in de situationele benadering, gedrag in context beschrijft. Een type-indeling zegt dit ben je; een gedragsbeschrijving zegt zo gedraag je je hier. Dat onderscheid is methodisch en ethisch belangrijk, want vaste typen lopen het risico mensen vast te zetten. Bovendien zijn populaire type-instrumenten methodisch bekritiseerd, juist omdat ze mensen in scherpe categorieen duwen die in werkelijkheid eerder vloeiend zijn. DISC deelt met deze modellen een historische verwantschap, maar onderscheidt zich door gedrag als situationeel en ontwikkelbaar te behandelen in plaats van als een vast type.

DISC en de motivatie- en emotiemodellen

Naast de persoonlijkheids- en typemodellen staan de modellen die motivatie en emotie beschrijven en ook die beantwoorden een andere vraag dan DISC. Een drijfverenmodel, zoals dat teruggaat op het denken van Spranger en in moderne vorm in de WHY Index, beschrijft wat iemand energie en richting geeft. Een model voor emotionele intelligentie, zoals de EIQ, beschrijft hoe iemand emotionele informatie waarneemt en gebruikt. En een analyse van mentale wendbaarheid beschrijft hoe iemand beweegt onder druk en verandering.

Geen van deze modellen vervangt DISC en DISC vervangt geen van hen. Twee mensen kunnen hetzelfde gedrag tonen en door totaal verschillende dingen gemotiveerd worden; gedrag en motivatie zijn verschillende lagen. Daarom is de combinatie zo krachtig: DISC laat zien hoe gedrag zich uit, een drijfverenmodel waarom het iemand beweegt, een emotiemodel hoe hij met gevoel omgaat. Door deze modellen te scheiden in methode en daarna naast elkaar te leggen in het gesprek, ontstaat een vollediger beeld dan een enkel model ooit kan geven.

Intrinsiek van binnenuit betekenis, autonomie Extrinsiek van buitenaf beloning, eisen
Motivatie van binnenuit duurt langer dan sturing van buitenaf.

Een analyse-architectuur, geen wedstrijd

Uit dit alles volgt een belangrijke verschuiving in houding: de verschillende modellen zijn geen concurrenten, maar lagen in een analyse-architectuur. De vraag is niet welk model het beste is, want die vraag is verkeerd gesteld. De vraag is welke laag je op dit moment wilt begrijpen en welk model bij die laag hoort.

In die architectuur heeft DISC een duidelijke plek: het is vaak de toegankelijkste ingang, omdat het gedrag beschrijft met een herkenbare taal en het opent het gesprek waarin andere lagen kunnen volgen. Maar het is een ingang, geen eindstation. Wie DISC behandelt als het enige model dat hij nodig heeft, overvraagt het en doet de mens tekort; wie het behandelt als een waardevolle laag binnen een groter geheel, gebruikt het op zijn sterkst. De kunst is dus niet om voor een model te kiezen, maar om de modellen te laten samenwerken, ieder binnen zijn grenzen.

ZingevingIdentiteitOvertuigingenVaardighedenGedragOmgeving
Logische niveaus: van omgeving tot zingeving.

Het juiste model bij de juiste vraag

Alles komt samen in een eenvoudig principe. Een mens is te rijk voor een enkel model en DISC is op zijn sterkst wanneer je weet welke vraag het beantwoordt en welke vragen het aan andere modellen overlaat. Gedrag, persoonlijkheid, motivatie, emotie en wendbaarheid zijn verschillende lagen; je doet de mens het meeste recht door de juiste laag met het juiste model te bekijken en ze daarna samen te lezen.

Dat is precies hoe wij naar analyse kijken: met meerdere perspectieven, met respect voor wat elk model wel en niet kan en naast de mens in plaats van erboven met een universele claim. We gebruiken de toegankelijkheid van DISC om het gesprek te openen en we bewaken dat het niet meer moet dragen dan het kan. Wil je beginnen bij de gedragslaag en zien hoe je gedrag per situatie schakelt, dan is Future DISC een mooi startpunt. En wil je verkennen welke combinatie van modellen past bij jouw vraag in ontwikkeling, team of leiderschap, dan denken we daar graag in mee in een vrijblijvend gesprek.

rol · sterke kanten · ontwikkeling
Een ontwikkelgesprek: terugkijken en vooruit.

Vraag het door

De vragen die lezers hierover echt stellen. Kies er één; het antwoord komt van de expert.

Nee. Gedrag, motivatie, persoonlijkheid, emotionele intelligentie, mentale wendbaarheid, relaties, cultuur, competentie en ervaring zijn verschillende lagen die elkaar beinvloeden maar niet hetzelfde zijn. DISC naast andere modellen plaatsen is geen twijfel aan DISC, maar professionaliteit: een model wordt sterker als je zijn grenzen kent.

Verdieping: Gedrag, geen persoonlijkheid →

Theo BrackBeantwoord door Theo Brack · Founding Partner

Bronnen

  • McCrae, R. R. & Costa, P. T. (1987). Validation of the five-factor model of personality across instruments and observers. Journal of Personality and Social Psychology, 52(1), 81-90.
  • Jung, C. G. (1921). Psychologische Typen. Zurich: Rascher Verlag.
  • Marston, W. M. (1928). Emotions of Normal People. London: Kegan Paul, Trench, Trubner & Co.
De oerbron: lees het zelf

Alles wat we vandaag DISC noemen komt uit één boek: Emotions of Normal People van William Moulton Marston (1928). Wij hebben het volledig hertaald naar gewone taal — te lezen én te beluisteren, hoofdstuk voor hoofdstuk.

Naar Emotions of Normal People · Hoofdstuk 6: De grondbeginselen van de primaire emoties

Auteur. Theo Brack · Founding Partner · DISC- en drijfveren-trainer sinds 2017 · Human Behaviour Group.

Het juiste model bij jouw vraag?

Wij plaatsen DISC binnen een bredere analyse-architectuur en kiezen de juiste laag bij de juiste vraag. Naast de mens, niet erboven met een universele claim.