In het kort
Dominantie en conscientieusheid horen bij elkaar. Ze wisselen elkaar af. Eerst schik je je even aan de tegenstander, daarna pak je door.
De volgorde is alles. Conscientieusheid moet in dienst staan van dominantie, niet andersom. In die volgorde blijft gedrag gezond en kom je verder.
In het vorige hoofdstuk bekeken we de mechanismen van dominantie en conformiteit, met enkele voorbeelden waarin die emoties zo zuiver mogelijk voorkwamen. Nu moeten we de normale verhouding tussen beide bekijken, eerst wanneer ze na elkaar optreden, daarna wanneer ze tegelijk optreden.
In dit hoofdstuk · 6 delen
Dominantie is het natuurlijke evenwicht
In het kort, in onze taalJe systeem keert steeds terug naar dominantie als rusttoestand. Passieve dominantie houdt conformiteit tegen.
Passieve dominantie verhindert dat conformiteit ontstaat
Passieve dominantie kan worden opgeroepen door een geschikte prikkel, zonder dat er eerst conformiteit aan te pas komt. Houdt een baby zijn rammelaar stevig vast, en trekt de moeder er met minder kracht aan dan het kind kan uitoefenen, dan kan het zelf zich zo snel versterken dat de greep nooit losser wordt, tot het kind er zelfs aan blijft hangen. Dat is bijna zuivere passieve dominantie, want het zelf had de baan al in handen voordat de prikkel om de doorgang ging strijden, en bleef die de hele tijd verdedigen. Passieve dominantie is dus simpelweg verzet tegen de aanval van een tegenwerkende prikkel. Er komt geen conformiteit aan te pas, en de instelling van het organisme verandert niet, behalve dat er meer energie vrijkomt om de bestaande instelling te bewaren.
Dominantie is het natuurlijke evenwicht
Slaagt conformiteit erin, ook maar even, de dominante controle van het zelf over te nemen, dan zijn er twee mogelijkheden. Ten eerste kan de conformiteit ongestoord doorgaan tot de prikkel ophoudt sterker te zijn, zoals bij een esthetische reactie: dan is er conformiteit zonder dominantie. Dat lijkt op de zuivere passieve dominantie van zojuist, met een belangrijk verschil: deze aanhoudende conformiteit is actief, terwijl de aanhoudende dominantie passief was. Conformiteit kan het organisme namelijk alleen blijven besturen zolang ze het actief in een anti-dominante richting laat bewegen. Stopt dat actieve meebewegen, dan herstelt het natuurlijke reflexevenwicht zich vanzelf, en neemt dominantie het onvermijdelijk over.
Een prachtig schilderij kan de aandacht en de ontlading naar de organen beheersen zolang het harmonieuze volume groter is dan dat van het zelf. Maar gaat het licht in het atelier tanen, of raken de zintuigen vermoeid, dan roept de prikkel geen groter volume meer op. Het actieve meebewegen houdt op, de tonische prikkels komen vrij, en het zelf herneemt vanzelf de controle. Dat herstel is een vorm van actieve dominantie, en wordt meestal gevoeld als kritiek op of verveling met het schilderij. Een andere manier waarop dominantie zich na esthetische conformiteit herstelt, is een plotseling besluit om het bewonderde voorwerp te bezitten, gevolgd door gedrag dat op aankoop is gericht.
Wanneer conformiteit omslaat
In het kort, in onze taalLoopt conformiteit te ver op, dan slaat ze om in dominantie. Marston koppelt die omslag aan zelfbehoud.
Actieve conformiteit kan steeds meer van het zelf tegenwerken tot het dominantie oproept
Mag conformiteit ononderbroken doorgaan tot de prikkel uitgewerkt is, dan volgt onmiddellijk dominantie, alleen al door de automatische terugkeer van het natuurlijke evenwicht. Maar er is een tweede manier waarop conformiteit eindigt, zoals bij het schilderij dat eerst esthetisch werd bewonderd en daarna dominant werd begeerd. De conformiteit liep niet zomaar af, ze bracht de dominantie voort die haar opvolgde. Het mechanisme is dat van een grens die wordt overschreden: een prikkel kan sterker zijn dan een klein deel van het zelf, maar werkt hij steeds meer van het zelf tegen, dan komt er een punt waarop het betrokken deel van het zelf sterker wordt dan de prikkel. Op dat punt verandert de prikkel van een conformiteitsprikkel in een dominantieprikkel, en slaat de reactie van conformiteit om in dominantie.
Bij het schilderij beheerste de conformiteit het organisme dus alleen zolang een klein deel van het zelf erbij betrokken was. Toen de reactie zich in de hogere centra verbreidde en een groter deel van het zelf meedeed, was dat deel niet langer geschikt voor conformiteit, maar wel voor dominantie. Bij milde prikkels bestaat steeds de kans dat de prikkel ineens als zwakker dan het zelf wordt gevoeld. De esthetische houding is daardoor uiterst onstabiel en moeilijk lang vol te houden. Bij zeer getrainde estheten kan die omslag lang uitblijven of nooit komen, maar bij de gewone mens stapelt het zelf zich tijdens een lange conformiteit op tot het overloopt en de conformiteit omslaat in even sterke of sterkere dominantie.
De omslag bij het hele zelf is het zelfbehoudinstinct
Dat ratten vechten als ze in het nauw zitten, is spreekwoordelijk geworden. Ik denk dat dat hetzelfde mechanisme is als de omslag van esthetiek naar dominantie. De rat schikt zich naar de sterkere vijand door weg te rennen, zolang maar een klein deel van zijn zelf wordt overweldigd. Maar is elke vluchtweg afgesneden, dan komt zijn hele zelf in het geweer. Op zijn maximale kracht, met het hele zelf in de strijd, blijkt dat sterker dan alle prikkels die zelfs de gevaarlijkste vijand kan opwekken. Dat is het zogenoemde zelfbehoudinstinct, dat ook de schuchterste mens toont wanneer hij plotseling voor een gevaar staat waaraan niet te ontkomen is. Je zou het kunnen omschrijven als de omslag van conformiteit naar dominantie op het punt waarop genoeg van het zelf in het conflict betrokken raakt om sterker te zijn dan de prikkel. De bijbehorende bewustzijnstoestand heet vaak wanhoop.
Dominantie vervangt altijd conformiteit
In het kort, in onze taalUiteindelijk neemt dominantie het altijd weer over. Conformiteit is de opmaat, niet het eindpunt.
Dominantie vervangt altijd conformiteit
Wordt actieve conformiteit hoe dan ook gevolgd door een dominant herstel van de controle, dan mogen we de regel zo formuleren: actieve conformiteit wordt normaal gevolgd door actieve dominantie. Hetzelfde geldt voor passieve conformiteit: wordt het zelf door een sterkere prikkel gedwongen bepaalde banen op te geven, dan herneemt de tonische ontlading die banen zodra de barriere weg is. Wel met deze kanttekening: was het zelf eerst sterk versterkt om voorwerp A te domineren, en moest het passief wijken voor prikkel B, dan keert het na het wegvallen van B niet per se terug naar die verhoogde sterkte, maar naar zijn normale sterkte, en niet per se naar het domineren van A, dat inmiddels uit de omgeving verdwenen kan zijn. Passieve conformiteit kan dus worden gevolgd door een meer passieve dan actieve dominantie, al zit er altijd enige actieve dominantie in het herstel van het evenwicht. Uit de aard van dominantie als handhaving van het normale evenwicht volgt dat ze actieve of passieve conformiteit uiteindelijk altijd vervangt.
Conformiteit beschermt je
In het kort, in onze taalJe schikken naar een sterkere vijand beschermt je organisme. Het is een slimme, tijdelijke stap.
Conformiteit beschermt het organisme tegen sterkere vijanden
Deze opzet zorgt voor maximale efficientie. Is een dier of mens al goed genoeg aangepast om zijn houding te bewaren ondanks alle tegenwerking, dan vangt passieve dominantie kleine schommelingen op die geen nut hebben. Is een tegenstander daarentegen sterk genoeg om het organisme te vernietigen of ernstig te beschadigen, dan laat de conformiteit de sterkere zijn kracht besteden aan het verplaatsen van het organisme in plaats van aan het vernietigen van een deel van het zelf, dat het hele leven de bron en steunpilaar van al het gedrag moet zijn. Zonder die conformiteit zou een sterkere prikkel uiteindelijk de hele tonische ontlading kunnen blokkeren, met zeer ernstige gevolgen.
Conformiteit dient de dominantie
In het kort, in onze taalConformiteit heeft waarde zolang ze een doeltreffende dominantie mogelijk maakt, en niet verder gaat dan dat.
Conformiteit heeft selectieve waarde voor een efficiente dominantie
Dat het dominante evenwicht zich na conformiteit altijd herstelt, geeft de tussenliggende conformiteit nog een belangrijke waarde. De afzonderlijke conformiteitsreacties werken als selectie: ze wekken juist de tonische reflexen op die precies tegenover de conformiteitsreflexen staan. Bij passieve dominantie is de versterking van het zelf algemeen en niet gericht. Maar laat je de prikkel eerst een conformiteit oproepen, dan kun je juist die delen van het zelf versterken die het best geschikt zijn om de prikkel weg te nemen, wat energie spaart en de dominantie efficienter maakt.
De vingers die zich strekken om een voorwerp te grijpen, schikken zich naar dat voorwerp en versterken zo precies de grijpreflexen die het best bij dat voorwerp passen. Hoe vollediger de hand zich naar vorm en grootte van het voorwerp schikt, hoe efficienter het daarna wordt beheerst. Het verschil tussen baby en volwassene is hier duidelijk: een baby opent zijn hand wijd en strekt alle vingers gelijk, ongeacht de vorm, of strekt ze juist te weinig. Conformiteit is immers aangeleerd, en dus bij volwassenen veel verfijnder. Het mooie is dat die verfijnde conformiteit automatisch de daaropvolgende dominantie sterker en effectiever maakt. Alle fijnere en krachtigere aanvalsbewegingen, in een gevecht op leven en dood of in een sport als tennis, danken hun precisie aan de voorafgaande conformiteit. De speer moet zich met een nauwkeurige conformiteit naar het lichaam van de tegenstander richten, en de kracht van de stoot hangt vast aan de mate waarin de arm eerst is teruggetrokken. In tennis gaat een eindeloze reeks subtiele conformiteitsreacties vooraf aan elke krachtige slag. Alle voorbereiding bestaat uit conformiteit, die als selectiemiddel de meest effectieve dominantie uitkiest. De normale verhouding is dus dat conformiteit in dienst staat van het slagen van de dominantie.
Conformiteit mag niet verder gaan dan haar nut voor dominantie
Twee kanttekeningen. Ten eerste kan conformiteit zo ver doorschieten dat ze de dominantie te lang uitstelt of het zelf te zwak maakt. Een honkbalslag die te lang is voorbereid, mist zijn timing; een worstelaar die een ledemaat te ver terugtrekt, kan het niet meer met volle kracht terugbrengen; en een estheet kan zich zo laten meeslepen dat hij daarna de kracht mist om zijn kunstcollectie naar eigen genot te ordenen. Ten tweede kan het organisme zich schikken naar een tegenstander die het zelfs op zijn sterkst niet kan domineren. Een zwemmer die zich te ver van de kust laat meevoeren door de stroming, heeft zich geschikt naar een kracht die zijn beste vermogen overtreft, en staat dan afgesneden van de kust door een barriere van water die hij niet kan overwinnen. In beide gevallen is conformiteit, hoewel in dienst van dominantie, zo ver doorgevoerd dat ze de latere dominantie verzwakt of onmogelijk maakt.
De juiste volgorde
In het kort, in onze taalGezond gedrag: eerst schikken, dan doorpakken. Conformiteit gaat vooraf aan dominantie en is eraan aangepast.
Conformiteit gaat normaal vooraf aan dominantie en is eraan aangepast
Wil dominantie maximaal efficient zijn, dan moet er conformiteit aan voorafgaan, maar niet te ver en niet te lang. De eenvoudigste gezonde combinatie is dus: eerst een conformiteit die is aangepast aan de dominantie die volgt. Marston vat dat samen in de formule C plus D, waarbij de volgorde de tijdsvolgorde aangeeft en het plusteken betekent dat de eerste reactie is aangepast aan de tweede. In C plus D is conformiteit dus zowel aangepast aan dominantie als eraan voorafgaand.
Waar wij afwijken van Marston: de onderbouwing met tonische ontlading en motorische banen is verouderd. Het gedragsinzicht klopt nog steeds: toegeven kan een slimme zet zijn die je daarna laat doorzetten, en het zelfbehoudinstinct is herkenbaar als de omslag waarbij iemand die in het nauw zit ineens vol in de aanval gaat.
