Samenwerking vraagt meer dan goede wil
Velen denken dat samenwerking werkt zolang mensen het maar goed bedoelen. Goede wil is belangrijk, maar ze is niet altijd genoeg. Mensen kunnen het goed bedoelen en toch botsen. Ze kunnen hetzelfde doel hebben maar een andere kijk op de weg ernaartoe. Ze kunnen betrokken zijn en toch verschillend tempo nodig hebben, verschillende hoeveelheden informatie, verschillende mate van verankering en verschillende manieren om te beslissen.
Iedereen kan het goed bedoelen en elkaar toch irriteren. Daarom heeft samenwerking meer nodig dan goede intentie. Ze heeft een gemeenschappelijke taal nodig, duidelijke werkwijzen en respect voor het feit dat anderen op een andere manier kunnen bijdragen dan jijzelf. DISC kan die gemeenschappelijke taal leveren, op voorwaarde dat het gedrag beschrijft en geen mensen in hokjes plaatst. Dan wordt verschil een bron in plaats van een blokkade.
Hetzelfde gedrag, andere interpretatie
Veel wrijving in samenwerking ontstaat doordat hetzelfde gedrag verschillend wordt uitgelegd. Wie snel en helder is, kan als hard worden ervaren. Wie energie brengt, kan als rommelig worden ervaren. Wie rustig en luisterend is, kan als onduidelijk worden ervaren. Wie kwaliteit bewaakt, kan als remmend worden ervaren.
Het punt is dat de bedoeling en het effect uiteenlopen. Iemand bedoelt duidelijkheid, maar het landt als druk. Iemand bedoelt zorgvuldigheid, maar het landt als traagheid. DISC helpt om die kloof te overbruggen door gedrag te vertalen: niet hij doet vervelend, maar dit gedrag probeert iets te borgen en het komt nu anders binnen dan bedoeld. Die vertaling haalt de persoonlijke lading eruit. Verschil blijft verschil, maar het wordt geen verwijt meer en juist daar begint betere samenwerking.
Wat elk gedrag bijdraagt en riskeert
Elk van de vier gedragspatronen draagt iets waardevols bij aan samenwerking en elk kent een risico als het te sterk wordt. D/rood gedrag brengt richting, besluitkracht, verantwoordelijkheid en de moed om lastige kwesties te benoemen, vooral waardevol als een groep dreigt vast te lopen in discussie of te veel afweging zonder besluit. Het risico is dat het tempo te hoog wordt, besluiten te snel vallen of tegenwerpingen te weinig ruimte krijgen; wat de persoon als efficientie ervaart, kan als druk overkomen.
I/geel gedrag brengt energie, relatie, invloed en inspiratie en schept betrokkenheid; het risico is onduidelijkheid of zwakke opvolging. S/groen gedrag brengt rust, geduld, luisteren en veilig samenwerken; het risico is dat het conflict vermijdt of eigen behoeften wegcijfert. C/blauw gedrag, oftewel Conformiteit, brengt structuur, feiten, precisie en kwaliteit; het risico is dat besluiten blijven hangen of dat het gesprek zwaar wordt. In samenwerking is geen van deze gedragingen op zichzelf goed of fout; ze worden constructief wanneer ze elkaar aanvullen in plaats van overstemmen. D/rood gedrag is bijvoorbeeld het sterkst wanneer het vooruitdrijft zonder te overrijden.
Verdeel verantwoordelijkheid zonder mensen vast te zetten
In de praktijk moet verantwoordelijkheid worden verdeeld en DISC kan daarbij helpen, maar het mag mensen niet in rollen vastzetten. Het is verleidelijk te zeggen: de D/rode drijft, de I/gele presenteert, de S/groene houdt de groep bijeen, de C/blauwe doet de details. Op korte termijn kan dat werken, maar het wordt ook beperkend. Mensen blijven hangen in kleurrollen, de groep ontwikkelt geen gezamenlijke capaciteit en sommigen dragen altijd hetzelfde soort verantwoordelijkheid.
Een professionelere aanpak stelt andere vragen. Welk gedrag vraagt de taak? Wie heeft daar van nature gemak mee? Wie wil dit juist ontwikkelen? Hoe verdelen we verantwoordelijkheid zonder mensen vast te zetten? En welke werkwijzen moeten borgen wat niet spontaan komt? Iemand met C/blauw gedrag hoeft niet automatisch alle documentatie te doen, iemand met I/geel gedrag hoeft niet altijd de energie te brengen, iemand met S/groen gedrag hoeft niet altijd de relaties te dragen en iemand met D/rood gedrag hoeft niet altijd de voortgang te trekken. Verantwoordelijkheid bewust verdelen voorkomt dat sterktes verworden tot vaste verplichtingen.
Samenwerking ontwikkelt door je repertoire te verbreden
Samenwerking ontwikkelt zich wanneer meer mensen hun gedragsrepertoire verbreden. Dat is een ander idee dan iedereen in zijn sterkte laten zitten. Wie alleen doet wat van nature makkelijk gaat, houdt de groep afhankelijk van enkelen voor bepaald gedrag.
Ontwikkeling betekent hier niet dat mensen anders moeten worden, maar dat ze leren ook het gedrag in te zetten dat niet vanzelf komt wanneer de situatie erom vraagt. Iemand met sterk D/rood gedrag kan leren langer te luisteren voor hij vooruitgaat. Iemand met sterk S/groen gedrag kan leren eerder duidelijk te zijn. Iemand met sterk I/geel gedrag kan leren afspraken vast te leggen en iemand met sterk C/blauw gedrag kan leren sneller te beslissen met onvolledige informatie. Hoe breder het gezamenlijke repertoire, hoe minder de groep afhankelijk is van wie toevallig aanwezig is en hoe veerkrachtiger de samenwerking wordt.
Samenwerking onder druk
Onder druk verandert samenwerking. Gedrag wordt versterkt, communicatie wordt korter en de tolerantie voor verschil neemt af. D/rood gedrag kan ongeduldiger worden, I/geel gedrag rommeliger of meer steunzoekend, S/groen gedrag stiller en terugtrekkend en C/blauw gedrag rigider en meer controlerend. Juist op het moment dat een groep verschil het hardst nodig heeft, wordt het verschil het slechtst verdragen.
Het helpt om dit vooraf te benoemen, zodat een groep het herkent als het gebeurt: als de druk oploopt, gaan we waarschijnlijk sneller en korter communiceren en juist dan moeten we extra zorgen dat de stillere stem nog telt en dat besluiten verankerd blijven. Een team dat zijn eigen drukgedrag kent, kan bewust bijsturen in plaats van zich te laten meeslepen. Dat vraagt geen karakterverandering, maar afspraken: hoe blijven we onder druk toch luisteren, verankeren en beslissen?
Van interpretatie naar vertaling
De kern van goede samenwerking met DISC is de verschuiving van interpretatie naar vertaling. Veel samenwerkingsproblemen ontstaan niet omdat mensen geen wil hebben, maar omdat ze elkaars gedrag verkeerd uitleggen. Wie snel wil handelen, leest bedachtzaamheid als weerstand. Wie feiten wil, leest tempo als slordigheid. Wie veiligheid zoekt, leest verandering als onduidelijkheid.
DISC geeft taal om dat te vertalen. In plaats van jij blokkeert alles: ik merk dat jij eerst de feiten wilt voor we verdergaan; wat heb je nodig om mee te kunnen? In plaats van jij walst over ons heen: als jij snel naar het besluit gaat, haken een paar mensen af; kunnen we eerst kort de ronde maken? Zo wordt het gesprek concreet en niet persoonlijk. Het verschil tussen samenwerkingen die schuren en die schitteren zit vaak precies hier: in het vermogen om gedrag te vertalen in plaats van te veroordelen.
Servicekwaliteit is een teamprestatie
Een goede plek om dit samen te zien komen is service, want service is zelden een individuele prestatie. Vaak schept een team samen de klantervaring: de een neemt de vraag aan, de ander lost op, een derde volgt op, een vierde beheert het systeem of de levering. Werkt het team niet samen, dan wordt de service-ervaring zwak.
DISC kan een serviceteam helpen zijn eigen patroon te zien. Een team met veel D/rood gedrag kan snel en oplossingsgericht zijn, maar het gevoel van de klant missen. Een team met veel I/geel gedrag kan warm en energiek zijn, maar onduidelijk in documentatie. Een team met veel S/groen gedrag kan veilig en geduldig zijn, maar duidelijke grenzen vermijden. Een team met veel C/blauw gedrag kan correct en gestructureerd zijn, maar stug of traag overkomen. Het team kan zich afvragen: waar in de serviceketen zijn we sterk, waar verliest de klant vertrouwen, zijn we snel, duidelijk, warm en correct genoeg en hoe volgen we op? Servicekwaliteit is meestal het resultaat van het gedragssysteem van het team, niet alleen van de vriendelijkheid van losse medewerkers. En een serviceleider schept de voorwaarden voor goed contact door alle vier de gedragsperspectieven te gebruiken: mandaat en richting, energie, veiligheid en structuur.
Goede samenwerking is een vaardigheid, geen geluk
Alles komt samen in een overtuiging die diep in onze visie zit: goede samenwerking is een vaardigheid, geen geluk. Ze ontstaat niet vanzelf als mensen elkaar aardig vinden en ze faalt niet omdat iemand onwillig is. Ze groeit door een gemeenschappelijke taal, duidelijke werkwijzen, een breder gedragsrepertoire en het vermogen om gedrag te vertalen in plaats van te veroordelen.
Dat is precies hoe wij naar samenwerken kijken: naast elkaar, niet boven elkaar. We helpen groepen hun verschillen begrijpen, hun gedrag vertalen en bewust kiezen wat de situatie vraagt. Wil je ervaren hoe jouw gedrag in samenwerking landt en hoe het per situatie schakelt, begin dan met Future DISC. En wil je je team of serviceafdeling de samenwerking als vaardigheid laten ontwikkelen, dan denken we daar graag in mee in een vrijblijvend gesprek.
Vraag het door
De vragen die lezers hierover echt stellen. Kies er één; het antwoord komt van de expert.
Nee. Mensen kunnen het goed bedoelen en toch botsen, met hetzelfde doel maar een andere kijk op de weg ernaartoe. Samenwerking heeft meer nodig: een gemeenschappelijke taal, duidelijke werkwijzen en respect dat anderen anders bijdragen dan jij.
Verdieping: Teamprofielen: meer dan de som →
Beantwoord door Theo Brack · Founding PartnerSamenwerking als vaardigheid ontwikkelen?
Wij helpen groepen hun verschillen begrijpen, gedrag vertalen en bewust kiezen wat de situatie vraagt. Naast elkaar, niet erboven.